| De muur |
Bijna alle marathonlopers maken op een dag hetzelfde mee: het vreselijke gevoel tegen een muur aan te lopen. Het gaat meer bepaald om een even plotselinge als onverbiddelijke uitputting van de glycogeenreserves in het lichaam. De capaciteit van die reserves om energie te leveren, is beperkt tot ongeveer 1.500 calorieën. Ons lichaam heeft echter 2.500 calorieën nodig om zo’n langdurige inspanning aan te kunnen. Vandaar dat sommige lopers rond de dertigste kilometer plots een zware inzinking krijgen: de glycogeenreserves zijn op! Het organisme moet dan bijna volledig terugvallen op zijn vetreserves en nieuwe energiekanalen aanboren die jammer genoeg minder doeltreffend zijn dan de vorige.
De inzinking
Er bestaat echter een manier om het “muursyndroom” te vertragen: regelmatig energiedranken nuttigen bij elke bevoorradingsstop. Dat is echter niet voldoende om zo’n “panne” 100 % te vermijden. Ons spijsverteringsstelsel kan immers niet méér dan 60 gram suiker per uur opnemen. We beschikken dan ook over een energiereservoir van 1.800 calorieën. Dat volstaat niet om ons calorieverbruik volledig te compenseren.
Wat moet u doen?
- Het muursyndroom volledig vermijden, is onmogelijk. Wat u wel kunt doen, is de hindernis leren te nemen zonder al te veel kleerscheuren.
- Op training moet u absoluut enkele lange afstanden afleggen, zodat uw lichaam makkelijker kan overschakelen op vetoxidatie.
- Schiet niet als een pijl uit de startblokken. Doordat onze inspanningen in grotere mate opgevangen worden door het anaërobe metabolisme, verbruiken we bij gelijke snelheid meer glycogeen bij het begin van de inspanning dan na één uur lopen.
- Leg u zo nodig af en toe doorkom- of tussentijden op, afhankelijk van uw doelstelling, zodat u niet te snel start… maar ook niet te traag eindigt.
|